Erik van Dijk ‘ontpauperde’ Opel Astra GSi en heeft nu een prachtexemplaar

Het was het tragische lot van veel hot hatches uit de jaren 90. Naarmate de restwaarde daalde, kwamen ze binnen het bereik van jongeren met een vers rijbewijs die, tot de nok toe gevuld met testosteron, maar twee dingen wilden: hard gaan en stoer zijn. Dat hard gaan was aan die hot hatches wel besteed, maar de stoerdoenerij liet soms te wensen over. Dat wil zeggen, de zakenman die 40.000 gulden uitgaf aan een nieuwe hot hatch kon een beetje bescheidenheid in zijn auto nog wel waarderen, in tegenstelling tot de jonkies die zo’n auto een jaar of tien later kochten. Allemaal wisten ze de weg te vinden naar de automaterialenzaak die spoilers, skirts en dikke uitlaten verkocht voor weinig. De ene hot hatch werd nog grotesker dan de andere, en vaak hoorde je ze al van kilo­meters ver aankomen. Die dikdoenerij liep lang niet altijd goed af. Geen enkele motor wordt graag plankgas gereden vanaf de eerste minuut, dus veel hot hatches eindigden rokend op de vluchtstrook, badend in een plasje olie. De exemplaren met minder mazzel eindigden niet zelden total loss tegen een boom.

Kadett GSi nog geliefder dan Astra GSi
De basis voor al dat geweld werd gelegd in 1976, toen Volkswagen besloot dat de wereld behoefte had aan een snelle versie van zijn nieuwste allemansvriend, de Golf. De wereld wist zelf niet dat ze de behoefte had, maar het duurde niet lang of de Golf GTI was niet meer aan te slepen. Andere merken hadden geen keuze; ze moesten ook aan de snelle hatchback. Zo werd langzaam maar zeker een hele rij legendes geboren. In willekeurige volgorde kwam Ford met de Fiesta XR2 en de Escort XR3, Renault met de 5 Alpine en later nog de 5 Turbo, Peugeot toverde de 205 GTI uit de hoge hoed, gevolgd door de 309 GTI, Citroën kwam met de AX GTi, Fiat voorzag zijn Uno van een Turbo en Opel, Volkswagens grootste concurrent, ontbrak natuurlijk niet op het feestje. De Kadett GSi werd bijna net zo iconisch als de Golf GTI, al was het maar vanwege zijn fantastische, digitale dashboard. Zo’n auto opvolgen is een lastige klus, zeker als de accountants besluiten dat een analoog dashboard ook wel goed genoeg is. Zo geliefd als zijn voorganger zou de Astra GSi niet worden, maar het is toch een leuke en felbegeerde youngtimer geworden. Het probleem voor de liefhebber is alleen: waar vind je nog een onverprutste Astra GSi?
Hier zitten de Borbet-wielen, de foute uitlaat en de M3-spiegels nog op de Opel Astra GSi.
Uiteraard rotte schermen
Een van de mensen die zich over dat probleem het hoofd braken, is de 27-jarige Erik van Dijk. “De Astra GSi heb ik altijd een fantastische auto gevonden”, zegt hij. “Toen ik klein was, had mijn buurjongen er een en dat is altijd blijven hangen. Mijn moeder had ook een Astra, alleen was dat een gewone. Je ziet ze bijna nooit meer.” Erik groeide op en begon een carrière in de autowereld. Als eigenaar van een autobedrijf komt hij de mooiste dingen tegen. De Astra GSi die een collega hem ergens in 2020 aanbood, verdiende zeker niet de kwalificatie ‘mooi’, maar toch was Eriks interesse gewekt – hij was zijn vroegere buurjongen duidelijk nog niet vergeten. Erik zucht een beetje bij de herinnering: “Het was een oude kist met rotte schermen, die eigenlijk naar de sloop zou gaan. Verlaagd, met een grote uitlaat, van die Borbet-wielen en M3-spiegels erop. Voor lag hij lager dan aan de achterkant, je kon er geen drempel mee over. Het was erg, echt heel erg. Toch heb ik me in de auto verdiept. Toen bleek dat hij van de tweede eigenaar was en 170.000 kilometer had gelopen, met een kloppende NAP. Boven-dien was het een 1.8 16V, en dat is een vrij zeldzame uitvoering van de GSi, die maar kort is gemaakt. Toen ik dat zag, dacht ik: verrek maar, ik ga hem halen!”
Het zwakke punt van deze generatie Opel Astra, rotte schermen. Dus dat werd ook aangepakt.
De Opel Astra GSi 16V. Het stond aanvankelijk alleen voor de 150 pk sterke 2.0 16V, toen de 2.0 8V met 115 pk eruit ging kwam er ook nog een GSi 16V met 1.8 zestienklepper, goed voor 125 pk.
GSi-onderdelen moeilijk te vinden
Dat ophalen deed Erik met maar één, nobel doel: de Astra in oude glorie herstellen. “Ontpauperen”, noemt hij dat zelf. Hoeveel doorzettingsvermogen dat zou vergen wist hij toen nog niet, en dat is misschien maar goed ook. Bepaalde delen van de GSi komen overeen met die van de normale Astra F, maar lang niet alles, zo ontdekte Erik. De achterschermen vernieuwen ging nog wel, en dat was hard nodig. Toen die moesten worden gespoten, kon de grille meteen worden meegepakt. Maar waar vind je nog goede spiegels? Of een hoedenplank zonder gaten? En originele GSi-wielen, waar moet je die in vredesnaam zoeken? Het bracht Erik op een tocht langs Poolse handelaren in Brabant, sloop-Astra’s in alle soorten en maten en zelfs bij een oud-rallyrijder in België. Wonderwel vond hij bijna alle onderdelen die hij zocht en zag hij zijn GSi steeds origineler en wat hem betreft dus ook steeds mooier worden.
Kloppende stand, met NAP.

Ook nog een Calibra ernaast
Na een jaar intensief zoeken en hard werken is de GSi weer zoals de fabriek in Rüsselsheim hem bedoeld heeft. Intussen blijft Erik bezig met de laatste puntjes, die koste wat kost op de i moeten. Hij zoekt nog een originele radio, en omdat de dakhemel is losgeraakt, zou die ook moeten worden vernieuwd. Wel vond hij ondertussen de originele brochure van de Astra GSi, die hij als een waardevol kleinood bij de auto bewaart. Het ultieme doel is om met de Astra mooie roadtrips te gaan maken, maar daar komt wel eens wat tussen. Een mooie Calibra, met nog maar 160.000 op de klok, bijvoorbeeld. Die staat nu gebroederlijk naast de Astra, maar tijd om daar de puntjes op de i te zetten heeft Erik nog niet. “Een collectie leuke, originele young­timers, dat lijkt me ook wel wat”, zegt Erik. “Een mooie Golf GTI en een Escort RS2000 erbij, dat zie ik wel zitten.”
Plaatje van een Calibra ernaast!
De Opel Astra GSi-donorauto. Deze wielen zijn opgeknapt en onder die van Erik gegaan en natuurlijk nog veel meer onderdelen.
Leeftijdsgenoten noemen het oude perenkist
Ook zonder die hele collectie is er genoeg om van te genieten, vindt Erik. De Astra GSi vindt hij nog net zo mooi als vroeger: “Die looks! Het is een bloedmooie auto om te zien! En hij haalt makkelijk 200, terwijl je toch maar 125 pk onder de kap hebt. Ik vind dat mooi, maar ik niet alleen. Onderweg krijg ik overal duimpjes en zwaaien mensen me na. Wat me wel opvalt is dat dat altijd ouderen zijn, nooit mensen van mijn eigen leeftijd. Ik heb vrienden van de IVA, dat zijn liefhebbers en die vinden mijn Astra wel mooi, maar de meeste mensen van mijn leeftijd willen een Golf VI GTI, niet zo’n oude perenkist als mijn Astra. Ze weten niet wat ze missen.”

Lees hier het gehele bericht