Mercedes-Benz EQE – AutoWeek Test

Hoe ver is Mercedes inmiddels op elektrisch gebied?
Mercedes-Benz is bezig met een enorm elektro-offensief. Dat begon echter met een valse start: van de EQC raakten we niet onder de indruk, en in de verkoopstatistieken breekt deze elektrische SUV dan ook geen potten. Vervolgens lanceerde Mercedes uiteenlopende EV’s die ons wél kunnen bekoren: de EQA en EQB, de EQS en EQS SUV, en inmiddels is ook de EQT onderweg, een compacte gezinsauto die grotendeels gelijk is aan de elektrische Renault Kangoo Electric. Bij al deze EQ-modellen merk je dat ze op de tekentafel al bedacht waren als elektrische auto. 

Zit ik nou naar de Mercedes EQE te kijken of is dat een EQS op de foto’s?
Nee, dit is echt de EQE, al moet je inderdaad heel goed kijken om de verschillen te ontdekken. Ook EQE is behoorlijk uit de kluiten gewassen, maar met een lengte van 4,95 meter is hij 27 cm korter dan de EQS. Andere uiterlijke aanwijzingen moeten in detail worden gezocht. Zo zitten de koplampen net wat anders in het front en heeft de EQE een meer gedrongen silhouet. Van achteren bekeken, valt de kortere overhang van de EQE op. Bovendien heeft hij een ‘ouderwetse’ kofferbak, terwijl de EQS verrassend genoeg een vijfde deur heeft. De belangrijkste concurrent van de Mercedes EQE is de Tesla Model S, al zou je ook de minst vermogende Porsche Taycan kunnen aanvoeren als concurrent. De Nio ET7 zit met zijn formaat en accucapaciteit eveneens in het vaarwater van de EQE. 
In tegenstelling tot de EQS, is de EQE een echte sedan met losse (en niet al te grote) kofferbak.

Heeft de EQE dan ook een gekrompen EQS-interieur?
Ja, ook het interieur doet sterk denken aan dat van de grotere EQS, ook al ontbreekt het grote, autobrede Hyperscreen in de EQE 350+. Dat wordt alleen in de AMG-uitvoeringen geleverd, tegen een stevige meerprijs. Opties als augmented reality, goede autopilot-systemen en digitale koplampen die naar wens informatie op de weg projecteren, kun je echter wel degelijk bestellen. Met zijn digitale instrumentarium en grote centrale display leunt het dashboard van de EQE qua bediening en functionaliteit sterk op dat van de C-klasse, de gekozen materialen en de afwerking zijn prachtig.
Heel erg mooi, hypermodern interieur.
Doordat de EQE een stuk korter is dan de EQS, heeft hij uiteraard ook minder ruimte te bieden. Je zit gevoelsmatig vrij hoog en het glazen panoramadak slokt kostbare hoofdruimte op. Dat merk je vooral achterin. De aflopende daklijn helpt daar niet bij. Voor je benen is genoeg ruimte, maar de EQE verliest een directe vergelijking met de E-klasse. Dat geldt ook voor de kofferbak van de EQE: hierin past niet meer dan 430 liter. Middenklasseformaat. Mercedes levert de EQE wel met een trekhaak. Daaraan mag een (geremd) gewicht van 750 kilo worden gekoppeld.

Hoe rijdt de Mercedes EQE?
Het zal vast geen verrassing zijn dat de Mercedes EQE een comfortabele auto is. Mercedes zet hem immers als een soort elektrische E-klasse in de markt. De Duitsers spreken zelf van een ‘dynamische sedan naast de EQS’, maar dat is wat vergezocht. De EQE brengt rust in combinatie met stilte. Onze testauto is uitgevoerd met luchtvering, dat is een optie.
De EQE weegt een forse 2.255 kilo. Een gewicht dat niet te verbloemen is. Je voelt dat de vering wat harder is en de schokdempers flink aan het werk moeten om het hoge gewicht in het gareel te houden. Zeker op een slechte weg of op forse drempels worstelt het onderstel een beetje met al die kilo’s. Op lange afstanden is de EQE echter een sublieme, stille auto met een uitstekende wegligging als er bochten opduiken. Dat er geen zware motor in de neus ligt, komt de wegligging ten goede.

Over de motor gesproken: wat ligt er in de Mercedes EQE precies?
Bij EV’s draait het natuurlijk om de combinatie van de elektromotor en het accupakket. De Mercedes EQE 350+ wordt via de achterwielen aangedreven door een elektromotor met een vermogen van 292 pk. Die put zijn krachten uit een accu met een capaciteit van 90,6 kWh (bruto: 100 kWh). Volgens Mercedes goed voor een actieradius van meer dan 750 kilometer. Dat wil zeggen: wanneer je de auto uitsluitend in de stad zou gebruiken. In de mix heeft de EQE 350+ een WLTP-bereik tot 646 kilometer. Daarvan blijft in onze test een afstand van 535 kilometer over. De lage luchtweerstand van de EQE betaalt zich hier beslist uit. Opladen aan de snellader gaat met maximaal 170 kW.
Geen frunk, dus de ruitensproeiervloeistof vul je bij via dit zijvak.

Wat is er nog meer te kiezen?
Mercedes heeft van de EQE meteen een heleboel vermogensvarianten op de markt gebracht. Het aanbod begint bij de EQE 300, die een iets kleiner accupakket heeft van 89 kWh en een motorvermogen van 245 pk. De EQE 350 4Matic beschikt over twee elektromotoren, vermogen en accucapaciteit zijn gelijk aan die van de 350+.
De EQE 500 4Matic heeft hetzelfde accupakket als de 350+ van 90,6 kWh. Beide elektromotoren brengen 408 pk over op de vier wielen. Ten slotte zijn er nog twee nog krachtigere AMG-versies van de EQE: de AMG 43 4Matic heeft een vermogen van 476 pk, de AMG 53 4Matic+ zelfs 625 pk.

Wat zit er standaard op de EQE en wat kan ik tegen meerprijs allemaal bestellen?
Zoals we van Mercedes gewend zijn, is er ook voor de EQE een lange prijslijst met tal van opties en keuzemogelijkheden samengesteld. Voor de EQE 350+ vormen de Luxury Line en meer op sportiviteit gericht AMG Line het uitgangspunt. Je kunt kiezen uit tal van optiepakketten, zoals de Advanced (Plus) en Premium (Plus) pakketten, alsmede het Nightpakket. En dan zijn er nog een heleboel afzonderlijk te bestellen opties. Teveel om op te noemen; via de configurator op de Mercedes-website kun je je helemaal uitleven op de ideale samenstelling van je toekomstige EQE. 
Je zit heel redelijk, maar het is geen limousine.
Hetzelfde geldt voor de veiligheidsuitrusting. Eén van de belangrijkste kernwaarden van Mercedes-Benz wordt in de elektrische EQ-modellen verder uitgebreid. Mercedes’ adaptieve cruisecontrol Distronic past de snelheid bijvoorbeeld automatisch aan wanneer er een bocht nadert, terwijl de optionele Digital Light onder alle omstandigheden voor een krachtige lichtbundel zorgt en zich tegelijk aanpast aan het verloop van de weg en het aanwezige verkeer. 

De keuze van AutoWeek test-coördinator Marco Gorter
Een langzame EQE bestaat niet, dus in principe volstaat een 300 in Nederland prima. Het geld dat je bespaart, kun je spenderen aan de bijna onuitputtelijke lijst met opties. Highlights zijn het Premium Pack waarmee meteen een hoop handige en leuke snuisterijen zijn afgedekt en de achterassturing, die de forse EQE in de stad een stuk wendbaarder maakt. Luchtvering is bovendien een dure maar erg fijne optie voor de zware EQE. Wie toegang heeft tot een 32 Ampère laadpaal kan bovendien kiezen voor een 22 kW lader, dat is nog geen gemeengoed.

Lees hier het gehele bericht