Audi 100: Hoe de Duitse twee er drie werden

Audi wordt tegenwoordig in één adem genoemd met die twee andere Duitse luxemerken. Maar dat is niet altijd zo geweest: met de komst van de Audi 100 C3 veranderde dat.
Volkswagentechniek
Halverwege de jaren 70 is Audi kort door de bocht gezegd een merk in de kinderschoenen dat flink leunt op Volkswagen-techniek. Met de introductie van de tweede generatie 100 (C2) zet Audi zijn eerste stappen omhoog op de autocarrièreladder. Vijfcilinders, een fastback-achtige Avant-versie, de luxe Audi 200 én de introductie van de legendarische oer-quattro zetten Audi duidelijker op de kaart.
Erkenning met de 100 C3
Maar de echte erkenning komt in 1982 met de vooruitstrevende, onder leiding van Ferdinand Piëch ontwikkelde 100 C3. Het gloednieuwe, flink gegroeide en deels verzinkte koetswerk zet kwalitatief een enorme stap voorwaarts ten opzichte van zijn hoekige voorganger. Een jaar eerder is het uiterlijk op autobeurs IAA al grotendeels verklapt door het toekomstmodel voor Auto 2000, een promotieproject van het Duitse ministerie van Onderzoek en Techniek. Audi bereidt met dat studiemodel meteen het publiek voor op de C3 en veel vondsten komen terecht in het productiemodel.
 
Aalgladde carrosserie
Verbruiksreductie staat centraal via een laag gewicht en goede aerodynamica.Voor de aalgladde carrosserie (cw-waarde 0,30 in de basisversie) van de 100 C3 is dan ook de hele trukendoos opengetrokken, zoals verzonken wissers, inwendige dakgoten en naadloos aansluitende zijruiten. Ook de Avant is weer van de partij, nu als stationcar met een kenmerkende ronde kont en een achterspoiler. Naar wens is een derde zitrij leverbaar.

Ook de 200 keert terug in beide carrosserievormen, nu altijd met een 2,2-liter turbo vijfpitter. Onderhuids borduurt de 100 voort op bestaande techniek. In de basis is het dus een voorwielaandrijver, maar er kan nu ook vierwielaandrijving worden besteld. Het overstuur van zijn voorganger is flink gereduceerd.
Levensloop
Modeljaar 1986 brengt een volledig verzinkte carrosserie en 1988 een bescheiden facelift voor de 100 C3, herkenbaar aan verzonken deurgrepen en een nieuw dashboard. Interessanter zijn de invoering van een direct ingespoten turbodiesel, de eerste met de aan-duiding TDI, en een nieuw topmodel met V8. De 200 verdwijnt in 1991. Eind 1990 verschijnt de opvolger C4, een sterk herziene C3, die bij zijn eer-ste facelift in 1994 wordt omgedoopt in het nog altijd gebruikte A6. Hoe de Duitse twee er drie werden.

Aanbod en prijzen
De 100 C3 is dankzij de goede bouwkwaliteit uitstekend geschikt voor dagelijks gebruik. De vijfpitters staan erom bekend moeiteloos hoge kilo-meterstanden aan te kunnen en de carrosserie is vrijwel immuun voor roest. Toch zijn in de loop van jaren veel exemplaren tot de draad toe opgereden en is het aanbod beperkt. De prijzen zijn schappelijk, voor 5000 euro is een nette 100 binnen handbereik. Topauto’s met weinig kilometers kosten niet meer dan 15.000 euro. Avants en 200’s zijn zeld-zaam en duurder, in Duitsland is er uiteraard meer aanbod dan bij ons.

Audi 100 CD

bouwjaar 1982
nieuwprijs  fl. 49.000,– (€ 22. 235,–)
gemaakt van/tot 1982-1991
topsnelheid 200 km/h
acceler. 0-100 10,3 s
gem . verbruik1 op 10,6
motorvijf-in-lijn, 2144 cm3
max. vermogen 136 pk/5700 min-1
max. koppel 180 Nm/4800 min-1
transmissie 5-traps handgesch.
voorwielaandr.
massa leeg 1210 kg

 
Fabrieksgegevens
 

Lees hier het gehele bericht