Eerste kennismaking met de Renault Twingo – Uit de Oude Doos

Ruim 30 jaar kwam Renault op de proppen met een auto die een begrip zou worden: de Twingo. Bij zijn presentatie waren we meteen reuze benieuwd naar hoe deze guitige nieuwkomer zich in de praktijk zou bewijzen en in januari 1993 konden we dat eindelijk ondervinden. Op Lanzarote maakten we kennis met de Twingo, die niet lang erna op de Nederlandse markt zou komen. Een eerste indruk om nooit meer te vergeten, zo bleek wel. De verwachtingen vooraf waren al hooggespannen en over het algemeen stelde de auto niet teleur.
De Renault Twingo zag er niet alleen heel aaibaar maar voor zijn tijd zelfs wat futuristisch uit. Vooral in het interieur. Het oogde minimalistisch maar fris en modern, met de ronde vormen en lichtgroene (draai-)knoppen. Vooral het digitale display centraal op dashboard in plaats van een analoge klokkenwinkel direct voor je neus deed bijzonder modern aan. Het was in feite een soort MPV op zakformaat, met de behoorlijk ver van je neus af staande voorruit en het diepe dashboard. Een bijzondere plek om te zijn. De stoelen maakten iets minder indruk, die vonden we wat Spartaans aanvoelen en bovendien waren de zetels wat te kort naar onze smaak. Het vrolijke printje erop maakte al wat goed, maar de mogelijkheid om ze volledig achterover te klappen en er twee heuse slaapplaatsen van te maken was een schot in de roos.

Leuk én vernuftig interieur
Daar hield het met de slimmigheden niet op in de Renault Twingo. Op de achterbank gebeurde iets heel bijzonders: “Het vernuftige is dat de achterbank van de Twingo in zijn geheel bijna 20 centimeter naar achteren is te schuiven, waardoor de achterste stand een ongekende zitruimte verschaft. Op die manier kunnen vier volwassenen zich echt onbelemmerd wenden en keren zonder ooit in de knel te komen.” Een bijzondere slimme vinding, vonden we. Het zorgde er immers voor dat je de Twingo niet alleen als klein vervoermiddel voor vooral jezelf en wat boodschappen kon gebruiken. Er stond wel tegenover dat je bagageruimte inleverde als je de bank naar achteren schoof. “Dan is er natuurlijk nog maar weinig kofferruimte over, maar nog altijd anderhalf keer zoveel als bijvoorbeeld in de Subaru Vivio.” Wie niemand achterin wilde laten plaatsnemen en de rugleuning wegklapte, kon bovendien tot 1.096 liter bagageruimte creëren.
Duidelijk minpunten waren er eveneens: dat de rechterbuitenspiegel alleen vanbuiten afgesteld kon worden, vonden we niet meer kunnen. Verder vonden we het onhandig dat je altijd de sleutel moest gebruiken om de achterklep te openen en was het een gemis dat centrale deurvergrendeling niet eens een optie was. De Twingo draaide vervolgens erg lang mee en in de loop der jaren zou Renault de plooien gladstrijken.

Rijden met de Renault Twingo
De eerste kilometers met de Twingo schetsten een aardig rooskleurig beeld. De auto voelde wat ons betreft redelijk adequaat gemotoriseerd aan en met het rijgeluid konden we leven. Wel moest gezegd worden dat de Twingo in sommige omstandigheden, vooral bij het klimmen en op de snelweg, wat meer vermogen verdiende. “Maar ja, Renault biedt keus uit één motor en daarmee uit.” De geteste 1.2 vierpitter, een wat verouderde Cleon-Fonte-krachtbron, zou overigens later het veld ruimen voor een moderner en potenter exemplaar. Het weggedrag was prima voor elkaar: “Ook bij het flink doorgassen over de stille, bochtige wegen gedraagt de Twingo zich netjes. Beetje onderstuur en makkelijk te beheersen. Tijdens het pittige bochtenwerk blijft de helling van de carrosserie binnen de perken en met het geluidsniveau onder volle belasting valt redelijk te leven.”
Het was al met al een eerste indruk die behoorlijk naar meer smaakte. “De Twingo heeft het in zich om op zijn minst de trendsetter te worden voor een hele reeks mini-spacewagons van verschillende herkomst. Maar zelfs met de Twingo als voorbeeld zal de concurrentie moeite hebben om dit meesterstukje te evenaren, want over bijna alles in deze auto is heel goed nagedacht. Over de hele linie toont de Twingo zich een zorgvuldig ontworpen, prettig rijdende auto, waarin veel nieuwe ideeën harmonisch zijn verwerkt. Dat alles presenteert zich als een vriendelijk-ogend koetsje, dat in vooraanzicht zelfs een lachend gezichtje toont. Het grootste compliment verdient Renault echter voor de vondst om de spacewagon-formule toe te passen op een auto van minimale afmetingen. Dat getuigt van een hoeveelheid lef waar zelfs de creatieve Japanners nog een voorbeeld aan kunnen nemen.”

Lees hier het gehele bericht