Mazda 323 als ‘roestvrije occasion’ in 1993 – Uit de Oude Doos

Je kunt het je haast niet meer voorstellen, maar zoals de Chinezen en eerder de Zuid-Koreanen de met argusogen toekijkende Europeanen plots begonnen te bestoken met betaalbare auto’s, zo doemden ook de Japanners ooit op. Te midden van geijkte Europese merken kwamen er ineens aantrekkelijke auto’s op de markt van Toyota, Honda, Mazda en Nissan (Datsun). Al snel bleek dat de Japanners heel goed in staat waren om auto’s te bouwen en mede dankzij de concurrerende prijzen was Nederland verkocht. Vooral op technisch vlak staken ze vaak sterk in elkaar. Het roestspook kregen ze alleen in sommige gevallen wat later onder controle dan de Europese concurrentie. De Mazda 323 van de vierde generatie vormde daarop een uitzondering, concludeerden we dertig jaar geleden.
Dat de nadruk zo sterk op eventuele roestvorming lag, kwam echt niet alleen omdat Japanse auto’s daar nog wel eens last van hadden. In 1993 was roest, zeker bij occasions, bij tal van merken een nog veel breder voorkomend probleem dan tegenwoordig. Daarbij moet wel gezegd worden dat we een nog relatief jonge occasion analyseerden. De Mazda 323 waar het hier over gaat is van de BG-generatie, die was in 1993 pas vier jaar op de markt. Waarom zo’n jonge auto? “Het is een tweedehands 323 van de jongste generatie, die sinds 1989 op de markt is. Gebruikte exemplaren van dat bouwjaar zijn thans te koop voor ongeveer de helft van het bedrag dat voor een nieuwe wagen betaald moet worden.” Dat was prettig winkelen voor wie een occasion wilde die er nog zeer modern bij stond.

Een grondige inspectie van een Mazda 323 uit 1989 met 54.000 km op de teller, wees uit dat het in de basis een prima in elkaar stekende auto was. Als grootste pluspunt, daar is-ie weer, noemden we het gebrek aan roest. Dat was uiteraard geen garantie dat het later niet alsnog de kop op zou steken, of als een auto wat meer kilometers achter de rug had. “In de regel zult u geen roest ontdekken. De afwerking vertoont weinig zwakke punten.” Toch was de geïnspecteerde 323 niet vlekkeloos: “Bij ons testexemplaar had de afdichting van de portierramen aan de bijrijderskant wat losgelaten en rammelde de vergrendeling van de neerklapbare leuning van de achterbank.” Dat eerste was een ‘bekende kwaal’ van de 323 en dus zeker even een aandachtspuntje.
Bovenal viel op hoe degelijk de auto mechanisch in elkaar zat. Echt Japans, zou je kunnen zeggen. “Onderstel, schakeling, koppeling en besturing vertoonden geen enkel gebrek.” De dynamo bleek alleen wel wat zwakker en, ach ja, er was een onderhoudsdingetje: “De remschijven trilden, dus die moesten wel vervangen worden.” Het zal je al met al niet verbazen dat de conclusie was dat een Mazda 323 van die generatie zeker aan te bevelen was als occasion. En het moet gezegd: ze waren dan ook nog behoorlijk lang in aardige aantallen in het Nederlandse straatbeeld te zien.
We zijn benieuwd, wie heeft zo’n 323 gehad en hoe beviel die op latere leeftijd? Laat het weten in de reacties!

Lees hier het gehele bericht