Nederland behoorlijk verdeeld over kilometerheffing

Er wordt al decennia over gepraat, maar het lijkt nu echt een stuk concreter te worden: kilometerheffing. Geen vast bedrag mrb meer, maar betalen naar gebruik. Vorig jaar gingen we al eens uitgebreid in op de voorstellen die er nu liggen om dit in de praktijk te brengen. Sindsdien heeft de overheid ook niet stilgezeten, want er is onderzoek gedaan naar het draagvlak in Nederland en de mogelijkheden om het in de praktijk te brengen. Staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) en minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) hebben dit onderzoek nu aangeboden aan de Tweede Kamer.
Beperkt draagvlak voor kilometerheffing
Er blijkt geen al te groot draagvlak voor het betalen naar gebruik te zijn, want slechts een kleine meerderheid van de respondenten met een mening is vóór. Zo’n 50 procent staat er positief tegenover, 44 procent negatief en 6 procent weet het niet. In het onderzoek komt de volgende conclusie naar voren: “De initiële reactie van Nederlanders is positief: Betalen naar gebruik lijkt logischer en daarmee eerlijker omdat de gebruiker betaalt. Bij verdere overweging komen sterke twijfels naar boven over de rechtvaardigheid en effectiviteit van betalen naar gebruik. Deze twijfels lijken samen te hangen met sentimenten rond wantrouwen ten aanzien van de overheid en groeiende ongelijkheid.” Ook zegt een meerderheid niet achter het idee te staan om iedereen hetzelfde per kilometer te laten betalen. Wat wel als positief gezien wordt, is dat de ‘vervuiler betaalt’. Dat is het meest genoemde argument vóór kilometerheffing (33 procent). Het meest genoemde tegenargument is dat er nog niet genoeg kennis over de gevolgen is (16 procent). Daarna wordt de verwachting dat het autorijden duurder maakt het vaakst als tegenargument gegeven (14 procent).
Opties voor kilometerregistratie
Het kabinet heeft als uitgangspunt dat er op jaarbasis een kilometerregistratie is. Er worden verschillende mogelijkheden voorgelegd om de gereden kilometers te registreren. De eerste is één jaarlijks registratiemoment van de kilometerstand bij de garage. Zonder een kastje in de auto of iets dergelijks, gewoon een registratie door de teller af te lezen zoals nu bijvoorbeeld gebeurt met de Nationale Auto Pas. Daarnaast moet je dan de kilometerstand ook zelf nog doorgeven aan de belastingdienst. Een tweede optie is vrijwel hetzelfde, alleen dan moet je ieder kwartaal je kilometerstand doorgeven aan de belastingdienst. De derde optie is een kastje dat de kilometerstanden doorgeeft en daarnaast nog één moment waarop je het zelf handmatig moet doorgeven aan de belastingdienst.
De eerste optie heeft het grootste draagvlak, blijkt uit het onderzoek. Wel wordt de derde optie, met het kastje, als meest betrouwbaar gezien. Daarbij hoort de belangrijke kanttekening dat dit ook als meest privacygevoelig wordt aangemerkt door de bevraagden. Ook wordt het omschreven als een systeem dat ‘het minst past bij een overheid die de burgers vertrouwt’.  Als de kilometerheffing ingevoerd wordt, is er overigens wel een lichte voorkeur voor betrouwbaarheid van de kilometerregistratie tegenover het waarborgen van privacy. Als er een keuze gemaakt moet worden tussen privacy en gemak van de registratie, is er meer een gelijke verdeling.
Opvallend is dat het kabinet in de plannen vooralsnog geen onderscheid maakt tussen in Nederland of in het buitenland gereden kilometers en daar zegt 34 procent van de respondenten geen probleem mee te hebben. Die groep wil neemt dat op de koop toe als het betekent dat de overheid geen data verzamelt over de locatie van de auto. Een net iets grotere groep (37 procent) wil wél dat de buitenlandse kilometers buiten beschouwing worden gelaten. 29 procent heeft hierover geen mening.

Lees hier het gehele bericht